Download volledig jaarverslag Download Verslag van de Raad van Bestuur Download Corporate Governance verklaring

Remuneratieverslag

1. Beschrijving van de in 2019 gehanteerde procedure om (i) een remuneratiebeleid te ontwikkelen voor de niet-uitvoerende bestuurders en het Uitvoerend Management, en (ii) de remuneratie te bepalen van de individuele bestuurders en het Uitvoerend Management

Het remuneratiebeleid en de remuneratie voor niet-uitvoerende bestuurders wordt bepaald door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders op aanbeveling van de Raad van Bestuur, die handelt op basis van voorstellen van het Benoemings- en Remuneratiecomité. Het beleid werd goedgekeurd door de jaarlijkse Algemene Vergadering van 10 mei 2006 en gewijzigd door de jaarlijkse Algemene Vergaderingen van 11 mei 2011 en 14 mei 2014.

Het remuneratiebeleid en de remuneratie van de Gedelegeerd Bestuurder wordt bepaald door de Raad van Bestuur, die handelt op basis van voorstellen van het Benoemings- en Remuneratiecomité. De Gedelegeerd Bestuurder is niet aanwezig bij deze procedure en neemt geen deel aan de stemming en de beraadslaging. Het Benoemings- en Remuneratiecomité verzekert de conformiteit met het remuneratiebeleid van het contract van de Gedelegeerd Bestuurder met de vennootschap. Een kopie van het contract van de Gedelegeerd Bestuurder is op verzoek van een Bestuurder bij de Voorzitter beschikbaar.

Het remuneratiebeleid en de remuneratie van de andere leden van het BGE dan de Gedelegeerd Bestuurder worden bepaald door de Raad van Bestuur, die handelt op basis van voorstellen van het Benoemings- en Remuneratiecomité. De Gedelegeerd Bestuurder heeft een adviserende rol in deze procedure. Het Comité verzekert de conformiteit met het remuneratiebeleid van het contract van elk BGE-lid met de vennootschap. Een kopie van elk contract is op verzoek van een Bestuurder bij de Voorzitter beschikbaar.

2. Verklaring over het in 2019 gehanteerde remuneratiebeleid voor de niet-uitvoerende bestuurders en het Uitvoerend Management 

Niet-uitvoerende bestuurders

De remuneratie van de niet-uitvoerende bestuurders wordt bepaald op basis van zes gewone vergaderingen van de volledige Raad van Bestuur per jaar. Een deel van de remuneratie wordt betaald in functie van het aantal gewone vergaderingen dat  de niet-uitvoerende Bestuurder persoonlijk bijwoont.

Niet-uitvoerende bestuurders die lid zijn van een Comité van de Raad van Bestuur ontvangen een bijkomende vergoeding voor elke Comité-vergadering die ze persoonlijk bijwonen. In zijn hoedanigheid van uitvoerend Bestuurder ontvangt de Gedelegeerd Bestuurder die vergoedingen niet. 

Indien de Raad van Bestuur in een specifieke aangelegenheid de bijstand van een Bestuurder verzoekt op grond van zijn/haar onafhankelijkheid en/of bekwaamheid, is die Bestuurder, voor elke sessie die een specifieke verplaatsing en tijd vergt, gerechtigd op een vergoeding gelijk aan het toepasselijke variabele bedrag voor een persoonlijk bijgewoonde vergadering van een Comité van de Raad van Bestuur. Het concrete bedrag van de vergoeding van de bestuurders wordt door de Gewone Algemene Vergadering voor het lopende boekjaar bepaald.

De vergoeding van de bestuurders wordt regelmatig getoetst aan een geselecteerde korf relevante beursgenoteerde Belgische en internationale industriële referenties om te verzekeren dat personen kunnen worden aangetrokken met competenties die aan de internationale ambities van de Groep beantwoorden.

Niet-uitvoerende bestuurders hebben geen recht op prestatiegebonden remuneratie zoals bonussen, aandelengerelateerde incentiveprogramma’s op lange termijn, voordelen in natura of voordelen verbonden aan pensioenplannen, noch op enig ander type variabele remuneratie.

Uitgaven die bestuurders redelijkerwijs in het kader van de uitoefening van hun taken doen, worden terugbetaald op voorlegging van rechtvaardigingsstukken. Bestuurders worden geacht het uitgavenbeleid voor leden van de Raad van Bestuur in acht te nemen bij het doen van uitgaven.

De remuneratie van de Voorzitter van de Raad van Bestuur wordt bij de aanvang van zijn opdracht bepaald, en wel voor de duur van die opdracht. Op aanbeveling van het Benoemings-en Remuneratiecomité wordt de vergoeding bepaald door de Raad van Bestuur onder voorbehoud van goedkeuring door de Gewone Algemene Vergadering. In zijn voorstel moet het Benoemings- en Remuneratiecomité rekening houden met een duidelijke omschrijving van de taken van de Voorzitter, het professionele profiel dat werd aangetrokken, de tijd die voor de Groep daadwerkelijk ter beschikking moet worden gesteld, en een gepaste remuneratie die aan de gestelde verwachtingen beantwoordt en die regelmatig wordt getoetst aan een geselecteerde korf relevante beursgenoteerde Belgische en internationale industriële referenties. De Voorzitter heeft geen recht op een bijkomende vergoeding voor het bijwonen of voorzitten van een vergadering van een Comité van de Raad van Bestuur, omdat dit in zijn totale remuneratiepakket begrepen is.

Uitvoerend Management

Remuneratiebeleid 

De belangrijkste elementen van het remuneratiebeleid van de Groep voor het Uitvoerend Management zijn een basissalaris, een korte termijn en een lange termijn variabele vergoeding, een pensioenbijdrage en diverse overige componenten. 

De Groep biedt competitieve totale remuneratiepakketten aan met het doel het beste kader- en managementtalent aan te trekken en te behouden in elk deel van de wereld waar de Groep aanwezig is. De remuneratie van het Uitvoerend Management wordt regelmatig getoetst aan een geselecteerde korf relevante beursgenoteerde Belgische en internationale industriële referenties.

Een prestatiegerichte cultuur is belangrijk om de groeiambities van de Groep te verwezenlijken. De volgende prestatiegebonden processen onderbouwen remuneratiebeslissingen:

  • Enterprise Performance Management (EPM), een proces dat de bedrijfscyclus van de Groep beheert, inclusief de planning en opvolging van doelstellingen en middelen, de waardevermeerdering en verantwoordelijkheden van teams; en
  • People Performance Management (PPM), een proces dat gericht is op de duidelijke afstemming van de team- en individuele doelen met bedrijfsprioriteiten, waaronder frequente bijsturing van de prestaties en coaching.

Het korte termijn variabele vergoedingsprogramma van de Groep is ontworpen om het Uitvoerend Management te motiveren en om de korte termijn doelstellingen van het Bedrijf over een periode van één jaar te sturen. De prestatie van de Groep, de prestatie van de Business Unit en de individuele prestatie bepalen de uiteindelijke uitbetaling. De bedrijfsprestaties worden gemeten en opgevolgd door middel van het EPM-proces, terwijl de individuele prestaties gemeten en opgevolgd worden door middel van het PPM-proces.

Het lange termijn variabele vergoedingsprogramma van de Groep vergoedt het Uitvoerend Management voor haar bijdrage aan de verwezenlijking van de strategie van het Bedrijf op lange termijn. Het lange termijn variabele vergoedingsprogramma bestaat uit een performance share plan waarbij rechten toegekend worden voor zover de prestatiedoelen, zoals vooropgesteld door de Raad van Bestuur, behaald worden over een periode van drie jaar.

Het Uitvoerend Management wordt gevraagd om een persoonlijke participatie in aandelen van de vennootschap op te bouwen en aan te houden gedurende hun mandaat als lid van het BGE (in overeenstemming met bepaling 7.9 van de Belgische Corporate Governance Code 2020).

Om dergelijke persoonlijke participatie in aandelen van de vennootschap te bevorderen, komt het Uitvoerend Management in aanmerking voor het vrijwillig Share Matching Plan. Daarbij wordt iedere persoonlijke participatie in aandelen van de vennootschap in jaar x (beperkt tot 15% van de bruto jaarlijkse korte termijn variabele vergoeding) tegemoet gekomen door een directe toekenning van eenzelfde aantal aandelen in de vennootschap aan het einde van jaar x+2, voor zover de persoonlijke participatie in aandelen verder werd aangehouden.

Remuneratie van de Gedelegeerd Bestuurder 

Het remuneratiepakket van de Gedelegeerd Bestuurder bestaat uit een basissalaris, een korte termijn en een lange termijn variabele vergoeding, een pensioenbijdrage en verschillende overige componenten. De Gedelegeerd Bestuurder komt in aanmerking voor het vrijwillige Share Matching Plan voor het opbouwen van een persoonlijke participatie in aandelen van de vennootschap.

Het remuneratiepakket moet competitief zijn en op maat van de verantwoordelijkheden van een Gedelegeerd Bestuurder die aan het hoofd staat van een wereldwijd actieve industriële groep met diverse businessplatformen.

Het Benoemings- en Remuneratiecomité beveelt ieder jaar een aantal doelstellingen aan die rechtstreeks van het businessplan zijn afgeleid en die gebaseerd zijn op overige aan de Gedelegeerd Bestuurder toe te vertrouwen prioriteiten. Die doelstellingen bevatten zowel Groeps- als individuele financiële en niet-financiële doelen, en worden over een vooraf bepaalde periode gemeten (tot drie jaar ver). Deze doelstellingen, alsmede de eindejaarsbeoordeling van de realisaties, worden door het Benoemings- en Remuneratiecomité gedocumenteerd en aan de voltallige Raad van Bestuur voorgelegd. De eindbeoordeling leidt tot een waardering door de Raad van Bestuur, gebaseerd op gemeten resultaten, van alle prestatiegebonden elementen uit het remuneratiepakket van de Gedelegeerd Bestuurder.

Het concrete bedrag van de vergoeding van de Gedelegeerd Bestuurder in zijn hoedanigheid als lid van het Uitvoerend Management wordt bepaald door de Raad van Bestuur op gemotiveerde aanbeveling van het Benoemings- en Remuneratiecomité.

Remuneratie van de andere BGE-leden 

Het remuneratiepakket van de andere BGE-leden dan de Gedelegeerd Bestuurder bestaat uit een basissalaris, een korte termijn en een lange termijn variabele vergoeding, een pensioenbijdrage en diverse overige componenten. De BGE-leden komen in aanmerking voor het vrijwillige Share Matching Plan voor het opbouwen van een persoonlijke participatie in aandelen van de vennootschap.

Het remuneratiepakket moet competitief zijn en op maat van de rol en de verantwoordelijkheden van elk BGE-lid dat leiding geeft aan een wereldwijd actieve industriële groep met diverse businessplatformen.

De Gedelegeerd Bestuurder evalueert de prestaties van ieder ander lid van het BGE en legt zijn prestatiewaardering voor aan het Benoemings- en Renumeratiecomité. Die evaluatie gebeurt jaarlijks op basis van gedocumenteerde doelstellingen die rechtstreeks van het businessplan zijn afgeleid en die rekening houden met de specifieke verantwoordelijkheden van elk lid van het BGE. De realisaties die op basis van die doelstellingen gemeten worden, bepalen alle prestatiegebonden elementen uit het remuneratiepakket van elk ander lid van het BGE dan de Gedelegeerd Bestuurder. De doelstellingen - zowel financieel als niet-financieel - omvatten doelen van de Groep, doelen van de Business Unit alsook individuele doelen. Deze doelen worden gemeten en opgevolgd over een vooraf bepaalde periode (tot drie jaar ver) via de prestatiegebonden processen EPM en PPM.

Het concrete bedrag van de remuneratie van elk ander lid van het BGE dan de Gedelegeerd Bestuurder wordt bepaald door de Raad van Bestuur op gemotiveerde aanbeveling van het Benoemings- en Remuneratiecomité.

Toekomstige wijzigingen in het remuneratiebeleid

Remuneratiebeleid

In tegenstelling tot bepaling 7.3 van de Belgische Corporate Governance Code 2020 volgens dewelke de Raad van Bestuur het remuneratiebeleid van de Groep voor niet-uitvoerende bestuurders en het Uitvoerend Management dient voor te leggen aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders, zal de vennootschap haar remuneratiebeleid niet ter goedkeuring voorleggen aan de Gewone Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 13 mei 2020.

In het licht van de nakende omzetting van de Europese Richtlijn betreffende de rechten van aandeelhouders II1 i naar Belgische recht, zal de Raad van Bestuur het remuneratiebeleid van de vennootschap voorleggen wanneer de impact van deze nieuwe Belgische wet volledig gekend is.

(1) Richtlijn (EU) 2017/828 van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2017 tot wijziging van Richtlijn 2007/36/EG wat het bevorderen van de langetermijnbetrokkenheid van aandeelhouders betreft.

Voorgestelde wijzigingen in remuneratie voor niet-uitvoerende bestuurders

De Raad van Bestuur zal bij de aanstaande Gewone Algemene Vergadering van 13 mei 2020 een voorstel indienen om de remuneratie van de niet-uitvoerende bestuurders te wijzigen.

Deze wijzigingen omvatten:

  • een voorstel om niet-uitvoerende bestuurders te vergoeden door middel van een vaste jaarlijkse vergoeding, zonder bijkomende vergoedingen op basis van aanwezigheid, voor de uitoefening van hun taken als lid van de Raad van Bestuur of als lid van een Comité van de Raad van Bestuur; 
  • een voorstel om niet-uitvoerende bestuurders, andere dan de Voorzitter, de mogelijkheid te bieden om een deel van hun vaste jaarlijkse vergoeding te ontvangen onder de vorm van aandelen van de vennootschap.

In tegenstelling tot bepaling 7.6 van de Belgische Corporate Governance Code 2020 volgens dewelke niet-uitvoerende bestuurders een deel van hun remuneratie zouden moeten ontvangen in de vorm van aandelen van de vennootschap, zullen de niet-uitvoerende bestuurders, met uitzondering van de Voorzitter, aanbevolen (maar niet verplicht) worden om een persoonlijke participatie in aandelen van de vennootschap aan te houden ten belope van de waarde van één vaste jaarlijkse vergoeding. Ondanks het niet-verplichte karakter van deze persoonlijke participatie in aandelen is de vennootschap van mening dat het langetermijnperspectief van aandeelhouders op redelijke wijze vertegenwoordigd wordt in de Raad van Bestuur, gelet op onderstaande feiten:

  • de Voorzitter wordt deels vergoed in de vorm van aandelen van de vennootschap dewelke onderhevig zijn aan een blokkeringsperiode van drie jaar; en
  • zeven van de twaalf niet-uitvoerende bestuurders worden benoemd op voordracht van de referentieaandeelhouder. Zij bezitten reeds aandelen van de vennootschap (of certificaten die daarop betrekking hebben).

3. Remuneratie van de bestuurders met betrekking tot 2019

Het bedrag van de remuneratie en andere voordelen die rechtstreeks of onrechtstreeks aan de bestuurders werden toegekend door de vennootschap of haar dochtervennootschappen met betrekking tot 2019, worden in de tabel hierna op individuele basis vermeld.

De vergoeding van de Voorzitter voor de uitoefening van al zijn opdrachten in de vennootschap was vastgesteld als volgt:

  • een eenmalige welkomstvergoeding van € 150 000;
  • een vaste vergoeding van € 200 000 per jaar;
  • een vaste vergoeding van € 300 000 per jaar omgezet in een aantal aandelen van de vennootschap dat zal berekend worden door toepassing van een gemiddelde koers van het aandeel; de toe te passen gemiddelde koers zal gelijk zijn aan het gemiddelde van de slotkoers van de laatste vijf beursdagen voorafgaand aan de dag van toekenning; de aandelen van de vennootschap zullen worden toegekend op de laatste beursdag van mei 2019, 2020, 2021 en 2022 en zullen geblokkeerd worden voor een periode van drie jaren vanaf de datum van toekenning. 

De vergoeding van elke bestuurder, behalve de Voorzitter, voor de uitoefening van de opdracht als lid van de Raad van Bestuur bestond uit een vast bedrag van € 42 000, en bijkomend een bedrag van € 4 200 voor elke persoonlijk bijgewoonde vergadering van de Raad van Bestuur (met een maximum van € 25 200 voor zes vergaderingen per jaar).

De vergoeding van de Voorzitter van het Audit en Finance Comité, voor de uitoefening van de opdracht als Voorzitter en als lid van het Comité, bestond uit een bedrag van € 4 000 voor elke persoonlijk bijgewoonde vergadering van het Comité.

De vergoeding van elke bestuurder, behalve de Voorzitter van de Raad van Bestuur, de Voorzitter van het Audit en Finance Comité en de Gedelegeerd Bestuurder, voor de uitoefening van de opdracht als Voorzitter en als lid van een Comité van de Raad van Bestuur (andere dan het BBRG Comité) bestond uit een bedrag van € 3 000 voor elke persoonlijk bijgewoonde vergadering van het Comité.

De vergoeding van elke bestuurder, behalve de Voorzitter van de Raad van Bestuur en de Gedelegeerd Bestuurder, voor de uitoefening van de opdracht als Voorzitter of lid van het BBRG Comité bestond uit een bedrag van € 3 000 voor elke bijgewoonde, in persoon gehouden vergadering van het BBRG Comité en € 1 500 voor elke bijgewoonde, per teleconferentie gehouden vergadering van het BBRG Comité (met een maximum van € 21 000 per jaar).

 
In € Vaste vergoeding Variabele aanwezigheids-
vergoeding Raad van Bestuur
Variabele
aanwezigheids-
vergoeding Comité
Totaal
Voorzitter
Bert De Graeve (tot mei 2019) 104 167     104 167
Jürgen Tinggren (vanaf juni 2019)(1)(2)
566 666
    566 666
Gedelegeerd Bestuurder
Matthew Taylor 42 000 25 200 0 67 200
Andere bestuurders
Celia Baxter 42 000 25 200 12 000 79 200
Leon Bekaert
21 000 12 600 3 000 36 600
Gregory Dalle 42 000 25 200 21 000 88 200
Charles de Liedekerke 42 000 25 200 25 500 92 700
Christophe Jacobs van Merlen 42 000 25 200 15 000 82 200
Hubert Jacobs van Merlen 42 000 25 200 24 000 91 200
Maxime Jadot 21 000 12 600 3 000 36 600
Pamela Knapp 42 000 25 200 17 000 84 200
Martina Merz 21 000 12 600 15 000 48 600
Colin Smith 42 000 25 200 7 500 74 700
Caroline Storme
21 000 21 000 0 42 000
Emilie van de Walle de Ghelcke
42 000 25 200 0
67 200
Henri Jean Velge 42 000 25 200 12 000 79 200
Mei Ye 42 000 25 200 0 67 200
Totale vergoedingen bestuurders(2) 
   
1 707 833

(1) Combinatie van een vaste vergoeding, een eenmalige welkomstvergoeding van € 150 000 en een toewijzing van aandelen van € 300 000.
(2)Erratum: De vaste vergoeding die in 2019 aan de voorzitter Jürgen Tinggren werd betaald bedroeg € 566 666 (in plaats van € 466 666 zoals vermeld in het oorspronkelijk gepubliceerde jaarverslag). Bijgevolg was de totale vergoeding betaald aan bestuurders in 2019 gelijk aan € 1 707 833 (in plaats van € 1 607 833 zoals vermeld in het oorspronkelijk gepubliceerde jaarverslag).

4. Remuneratie van de Gedelegeerd Bestuurder met betrekking tot 2019 in zijn hoedanigheid van bestuurder

In zijn hoedanigheid van bestuurder heeft de Gedelegeerd Bestuurder recht op dezelfde remuneratie als de niet-uitvoerende bestuurders, behalve de vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen van Comités van de Raad van Bestuur, waarvoor hij geen vergoeding ontvangt (zie bovenstaande tabel).

De door de Gedelegeerd Bestuurder ontvangen vergoeding in zijn hoedanigheid van bestuurder is begrepen in zijn basissalaris dat in de tabel in punt 6 hierna is vermeld.

5. Prestatiegebonden remuneratie: criteria, periode en methode van prestatie-evaluatie

Het remuneratiepakket van de Gedelegeerd Bestuurder en de overige leden van het BGE bevat volgende prestatiegebonden elementen:

  • een korte termijn variabele vergoeding, met doelstellingen gerelateerd aan het jaarlijkse businessplan. De doelstellingen worden in het begin van het jaar bepaald door het Benoemings- en Remuneratiecomité en goedgekeurd door de Raad van Bestuur. Deze doelstellingen bestaan uit een gewogen gemiddelde van zowel Groeps-, Business Unit als individuele doelstellingen, zowel financieel als niet-financieel, die relevant zijn bij het evalueren van de jaarlijkse prestatie van de Groep en de mate van realisatie van de overeengekomen strategische doelstellingen; ze worden jaarlijks beoordeeld door de Raad van Bestuur. Eén derde van de jaarlijkse korte termijn variabele vergoeding van de Gedelegeerd Bestuurder wordt gespreid over een periode van vierentwintig maanden; er is geen uitstel voor de andere leden van het BGE.
  • een lange termijn variabele vergoeding onder de vorm van de toekenning van performance share units die definitief zullen verworven worden (‘gevest’) na afloop van een verwervingsperiode van drie jaar, onder voorwaarde van het bereiken van vooropgestelde prestatiedoelen.

De set van criteria om de prestaties te evalueren voor de korte termijn variabele vergoeding van 2019 bestaat uit een korf van financiële doelstellingen (omzet, EBITDA-onderliggend, kapitaalgebruik en werkkapitaal) en niet-financiële doelstellingen (zoals veiligheid, implementatie van transformatieprogramma’s, verbetering van geëngageerde en gemachtigde teams), gecombineerd met specifieke geïndividualiseerde doelstellingen.

De waarde van de korte termijn variabele vergoeding op doelniveau (“target”) van de Gedelegeerd Bestuurder is gelijk aan 75% van zijn vaste vergoeding; voor de andere leden van het BGE bedraagt het doelniveau (“target”) 60% van de vaste vergoeding. Men kan maximum 200% van het doelniveau bereiken.

De criteria om de prestaties te evalueren voor de lange termijn variabele vergoeding zijn specifieke financiële bedrijfsgebonden criteria; meer bepaald een groeidoelstelling voor EBITDA en een cumulatieve doelstelling voor de kasstroom.

De waarde van de lang termijn variabele vergoeding op doelniveau (“target”) van de Gedelegeerd Bestuurder is gelijk aan 85% van zijn vaste vergoeding; voor de andere leden van het BGE bedraagt het doelniveau (“target”) 65% van de vaste vergoeding. Maximum 300% van de toegekende performance share units kunnen verworven worden.

Tegen pari niveau, bedraagt de waarde van de elementen van de variabele vergoeding van de Gedelegeerd Bestuurder en de andere leden van het BGE meer dan 25% van hun totale vergoeding. Meer dan de helft van de totale betaling van deze variabele vergoeding is gebaseerd op criteria over een periode van minimum drie jaar.

6. Remuneratie van de Gedelegeerd Bestuurder met betrekking tot 2019

Het bedrag van de remuneratie en andere voordelen die rechtstreeks of onrechtstreeks door de vennootschap of haar dochtervennootschappen aan de Gedelegeerd Bestuurder werden toegekend met betrekking tot 2019 worden hierna vermeld.

Matthew Taylor Remuneratie(1) Opmerkingen
Basissalaris € 822 265 Bevat basissalaris en buitenlandse bestuurdersvergoedingen(2)
Korte termijn variabele vergoeding  623 102 Jaarlijkse variabele vergoeding, gebaseerd op prestatie in 2019

Lange termijn variabele vergoeding 

32 671

Aantal toegekende performance share units (verwervingsperiode 2019-2021))

Pensioen
€ 168 203 Toegezegde bijdrageregeling
Share-matching   4 581 units Aantal toegekende aandelen als tegemoetkoming voor persoonlijke participatie in aandelen van 2017 
Andere remuneratie-elementen
52 880
Bevat bedrijfswagen en risicoverzekeringen

(1) Met betrekking tot 2019, in €.
(2) Het basissalaris is inclusief de vergoeding ontvangen door de Gedelegeerd Bestuurder in zijn hoedanigheid als bestuurder.

7. Remuneratie van de overige leden van het Bekaert Group Executive met betrekking tot 2019

Het bedrag van de remuneratie en andere voordelen die rechtstreeks of onrechtstreeks aan de andere leden van het BGE dan de Gedelegeerd Bestuurder werden toegekend door de vennootschap of haar dochtervennootschappen met betrekking tot 2019 worden hierna op globale basis vermeld.

  Remuneratie(1) Opmerkingen
Basissalaris € 2 610 542 Bevat basissalaris en buitenlandse bestuurdersvergoedingen
Korte termijn variabele vergoeding  € 1 535 147 Jaarlijkse variabele vergoeding, gebaseerd op prestatie in 2019

Lange termijn variabele vergoeding 

104 935 units

Aantal toegekende performance share units (verwervingsperiode 2019-2021)

Pensioen
€ 392 043 Gedefinieerde bijdrage en gedefinieerde pensioenregeling
Share-matching   7 668 units Aantal toegekende aandelen als tegemoetkoming voor persoonlijke participatie in aandelen van 2017
Andere remuneratie-elementen 377 273
Bevat bedrijfswagen, verzekeringen, schoolgeld en huisvestingsvergoeding

(1) Met betrekking tot 2019, in €.

De bovenstaande tabel omvat pro rata-vergoedingen die veranderingen in de samenstelling van de BGE weerspiegelen, zoals beschreven in een voorgaand gedeelte van deze corporate governance verklaring.

8. Op aandelen gebaseerde vergoeding voor Uitvoerend Management toegekend in 2019

Vanaf 2018 bestaat de lange termijn variabel vergoeding uitsluitend uit de toekenning van performance share units onder het Performance Share Plan 2018-2020. Dit plan werd op voorstel van de Raad van Bestuur op 9 mei 2018 door de Gewone Algemene Vergadering van Aandeelhouders goedgekeurd.

Tot 2017 was de lange termijn variabele vergoeding gebaseerd op een combinatie van aandelenopties (of ’stock appreciation rights’ buiten Europa) en performance share units.

De Gedelegeerd Bestuurder en de andere leden van het BGE komen in aanmerking voor het vrijwillig Share Matching Plan, waarbij een persoonlijke participatie in aandelen van de vennootschap in jaar x tegemoet gekomen wordt door een directe toekenning van hetzelfde aantal aandelen in de vennootschap aan het einde van jaar X+2, voor zover de persoonlijke participatie in aandelen verder werd aangehouden.

Performance Share Units 

Het Performance Share Plan 2018-2020 biedt rechten op eigen aandelen van de vennootschap aan de leden van het BGE, het senior management en een beperkt aantal kaderleden van de vennootschap en van enkele van haar dochtervennootschappen (de rechten, “performance share units” en de aandelen, “performance shares”).

Elke performance share unit geeft de begunstigde ervan het recht om gratis één performance share te verwerven onder de voorwaarden van het performance share plan. Deze performance share units zijn definitief verworven (‘gevest’) na afloop van een verwervingsperiode van drie jaar, mits het bereiken van vooropgestelde prestatiedoelen.

De prestatiedoelen worden jaarlijks vastgesteld door de Raad van Bestuur, in lijn met de strategie van de vennootschap. De financiële bedrijfsgegevens die als prestatiedoelstelling werden weerhouden voor de periode 2019-2021 zijn groei van EBITDA en elementen van de cumulatieve kasstroom.

De precieze mate waarin de performance share units definitief verworven (‘gevest’) worden, is afhankelijk van het al dan niet bereiken van deze prestatiedoelen. Indien de vastgelegde minimumdrempel niet behaald wordt, dan is er geen enkele definitieve verwerving (‘vesting’). Bij het bereiken van deze minimumdrempel, zal 50% van de performance share units definitief verworven (‘gevest’) worden; de volledige verwezenlijking van de overeengekomen prestatiedoelen zal leiden tot een ‘par vesting’ van 100% van de performance share units; terwijl er een maximale definitieve verwerving (‘vesting’) zal zijn van 300% van de performance share units indien de werkelijke prestaties gelijk zijn of hoger zijn dan een overeengekomen bovengrens. Op het ogenblik van de definitieve verwerving (‘vesting’) ontvangt de begunstigde ook de waarde van de dividenden over de laatste drie jaar met betrekking tot zulk(e) (aantal) performance shares waarop de definitief verworven performance share units betrekking hebben.

De waarde van de performance share units op doelniveau (“target”) van de Gedelegeerd Bestuurder is gelijk aan 85% van zijn vaste vergoeding; voor de andere leden van het BGE bedraagt het doelniveau (“target”) 65% van de vaste vergoeding. De performance share units worden gratis aan de begunstigden toegekend.

Performance share units met betrekking tot de verwervingsperiode 2019-2021 werden in februari 2019 toegekend aan de Gedelegeerd Bestuurder en de andere leden van het BGE. Voor de BGE-leden die gedurende het jaar benoemd werden, gebeurde de toekenning van de performance share units bij de halfjaar toekenning van juli 2019.

Voor de performance share units uitgegeven in december 2016, met betrekking tot de verwervingsperiode 2017-2019, werd de minimumdrempel van de prestatiedoelen niet behaald. Bijgevolg was er geen enkele definitieve verwerving (‘vesting’) van de performance share units toegekend in december 2016. 

Naam Aantal performance share units toegekend in 2019 (verwervingsperiode 2019-2021) Aantal definitief verworven performance share units in 2019
(verwervingsperiode 2017-2019)
Matthew Taylor
32 671 -
Juan Carlos Alonso(1) 9 391 -
Taoufiq Boussaid(1) 10 478  -
Rajita D’Souza
11 897 -
Arnaud Lesschaeve
6 142 -
Jun Liao
12 663 -
Oswald Schmid - -
Curd Vandekerckhove
11 962 -
Stijn Vanneste 9 321 -
Lieven Larmuseau(2) 10 503 -
Piet Van Riet(2)
10 612
-
Frank Vromant(2)
11 966
-

(1) Toekenning in 2019 omvat een eenmalige aanmeldingsbeloning. 
(2) De tabel is inclusief leden van het Uitvoerend Management die vóór eind 2019 lid waren van het BGE. Wijzigingen in de samenstelling van het BGE worden beschreven in een voorgaand gedeelte van deze corporate governance verklaring.

Aandelenopties

In het overzicht hieronder staat het aantal aandelenopties dat in 2019 werd uitgeoefend of verviel met betrekking tot voorgaande lange termijn variabele vergoedingsprogramma’s.

De opties werden gratis aan de begunstigden aangeboden. Elke aanvaarde optie verleent de houder het recht op verwerving van één bestaand aandeel van de vennootschap tegen betaling van de uitoefenprijs, die definitief wordt bepaald ten tijde van het aanbod en die gelijk is aan het laagste van: (i) de gemiddelde slotkoers van de aandelen van de vennootschap op de beurs gedurende dertig dagen die de dag van het aanbod voorafgaan, of (ii) de laatste slotkoers die de dag van het aanbod voorafgaat.

Onder voorbehoud van de gesloten periodes en de sperperiodes voor handel in aandelen en van het planreglement, kunnen de opties uitgeoefend worden vanaf het begin van het vierde jaar na de datum van hun aanbod tot het einde van het tiende jaar volgend op de datum van hun aanbod.

De aandelenopties die in 2019 uitoefenbaar waren, zijn gebaseerd op de toekenningen onder het aandelenoptieplan SOP 2015-2017 en de plannen die het aandelenoptieplan SOP 2015-2017 voorafgingen.

De bepalingen van die vroegere plannen zijn gelijkaardig aan die van het aandelenoptieplan SOP 2015-2017, met dien verstande dat de aan de werknemers toegekende opties onder de plannen voorafgaand aan het aandelenoptieplan SOP 2010-2014 de vorm hadden van inschrijvingsrechten die de houders het recht verlenen tot verwerving van nieuw uit te geven aandelen van de vennootschap, terwijl zelfstandige begunstigden recht hadden op de verwerving van bestaande aandelen.

Naam Aantal in 2019 uitgeoefende aandelenopties  Aantal in 2019 vervallen aandelenopties
Matthew Taylor
- 0
Rajita D'Souza  - 0
Jun Liao(1) - 0
Curd Vandekerckhove
- 5 400
Stijn Vanneste
- 0
Lieven Larmuseau(2)
- 0
Piet Van Riet(2) - 0
Frank Vromant(2)
- 5 400

(1) Stock Appreciation Rights.
(2) De tabel is inclusief leden van het Uitvoerend Management die vóór eind 2019 lid waren van het BGE. Wijzigingen in de samenstelling van het BGE worden beschreven in een voorgaand gedeelte van deze corporate governance verklaring.

Share Matching Plan

Er wordt verwacht van de Gedelegeerd Bestuurder en de andere leden van het BGE dat zij een persoonlijke participatie in aandelen van de vennootschap opbouwen en aanhouden. Om dit te bevorderen biedt de Groep een vrijwillig Share Matching Plan aan.

Het Share Matching Plan komt iedere persoonlijke participatie in aandelen van de vennootschap in jaar x tegemoet met een directe toekenning van hetzelfde aantal aandelen van de vennootschap aan het eind van jaar x + 2 voor zover de persoonlijke participatie in aandelen van de vennootschap verder werd aangehouden.

De onderstaande tabel toont het aantal aandelen toegekend in 2019 als tegemoetkoming voor de persoonlijke participatie in aandelen van de vennootschap van maart 2017:

Naam Aantal aandelen toegekend in 2019 als tegemoetkoming voor persoonlijke participatie in aandelen van 2017
Matthew Taylor
4 581
Rajita D'Souza  1 254
Curd Vandekerckhove 1 421
Stijn Vanneste
1 043
Lieven Larmuseau(1)
1 266
Piet Van Riet(1)
1 383
Frank Vromant(1) 1 301

(1) De tabel is inclusief leden van het Uitvoerend Management die vóór eind 2019 lid waren van het BGE. Wijzigingen in de samenstelling van de BGE werden beschreven in een voorgaand gedeelte van deze corporate governance verklaring.

9. Vertrekvergoedingen voor Uitvoerend Management

De bepalingen van alle contracten van het Uitvoerend Management voorzien in een opzegtermijn van twaalf maanden met uitzondering van de Divisie-CEO Staaldraadtoepassingen en de Divisie-CEO BBRG. Deze twee leden van het Uitvoerend Management sloten een arbeidscontract met de vennootschap vóór hun benoeming als lid van het Uitvoerend Management en daarom wordt hun ontslagregeling bepaald op basis van de bestaande arbeidswetgeving.

10. Vertrek van leden van het Uitvoerend Management

In 2019 verliet geen enkel lid van het Uitvoerend Management het bedrijf.

11. Terugvorderingsrecht van de vennootschap

De Raad van Bestuur heeft de bevoegdheid om een deel of volledig de waarde van toegekende prestatiegebonden vergoedingen aan het Uitvoerend Management te verminderen (malus) of terug te vorderen (’claw back’) in geval van:

  • een significante neerwaartse herziening van de financiële resultaten van Bekaert,
  • een materiële inbreuk op de Gedragscode van Bekaert of ander nalevingsbeleid,
  • een inbreuk op beperkende overeenkomsten waarmee het individu zich akkoord verklaard had tot naleving ervan,
  • ernstig wangedrag of grove nalatigheid van het individu, wat resulteert in aanzienlijke verliezen of ernstige reputatieschade voor Bekaert.